Dossier Kerk en misbruik in Limburg
Na berichten over seksueel misbruik
binnen de katholieke kerk in Amerika, Ierland, Duitsland en Gelderland
treden nu ook Limburgers naar buiten met verhalen over zich misdragende
broeders.
9 maart 2010: Biechtstoel als trauma

Seksueel misbruik door geestelijken gebeurde niet alleen bij jongens
op katholieke internaten. Maastrichtse Marike Mootzelaar (74) doet na 55
jaar een boekje open over haar trauma, opgelopen in een biechtstoel bij
de paters jezuïeten.
door Wim Doesborgh
Eens in de zoveel
tijd ging Marike biechten. Bij de paters jezuïeten in de kapel van het
klooster aan de Tongersestraat in Maastricht. Het was 1954 en de
jezuïeten hadden een naam hoog te houden als goed-katholieke
geestelijken, die in de stad voor zielzorg en gedegen onderwijs zorgden.
Maar Marike, 19 lentes jong, kwam al bij haar eerste biecht van een
koude kermis thuis. Het meisje biechtte haar relatie met haar vriend
Math (24) op, met wie ze al seksuele omgang had, terwijl ze nog niet
getrouwd waren. Een gegeven dat in de jaren vijftig nog op vermanende
geluiden uit maatschappij en kerk kon rekenen. En in dit geval op een
abnormale belangstelling van de jezuiet die Marike de biecht afnam.
"Alles
wilde hij van me weten", vertelt Marike Mootzelaar, 55 jaar later. Nu
pas, verklaart ze, nu er zoveel verhalen boven water komen van jongens
die seksueel misbruikt werden in de internaten, durft ze met haar
verhaal naar buiten te komen. Want ook vrouwen ontsnapten niet aan de
seksdrift van sommige geestelijken.
"Elk detail van het vrijen wilde
hij weten. De meest smerige vragen over geslachtsdelen, over manieren
van vrijen, alles werd mij op doordringende wijze ingeprent. En ik wist
niet wat ik moest doen. Ik zei maar op alles wat de pater zei 'ja'. En
intussen, dat merkte ik maar al te duidelijk, was de pater aan de andere
kant van dat biechtstoelluikje bezig zich te bevredigen. Ik was
helemaal van de kaart, durfde dat thuis nauwelijks te vertellen. Ik heb
het later tegen mijn vriend verteld, maar die kon het niet geloven."
De
volgende keren ging Marike wel eens bij andere jezuïeten biechten, maar
die waren geen haar beter, bezweert ze. Totdat haar vriend Math op een
keer de stoute schoenen aantrok en met haar meeging. Ze kwam opnieuw
terecht bij de pater die de eerste keer, al masturberend, haar seksueel
het hemd van het lijf had gevraagd. Maar dit keer smokkelde Marike haar
vriend mee de biechtstoel in. Terwijl de pater opnieuw begon met een
intieme ondervraging naar haar geslachtsverkeer, zat Math achter haar
verstopt in de biechtstoel mee te luisteren.
"Math geloofde zijn oren
niet", vertelt Marike, "en op een gegeven moment werd hij zo woest dat
hij opstond en die pater de volle laag gaf. Een knetterende ruzie volgde
en we zijn de kapel uit gegaan. Ik ben daar nooit meer gaan biechten."
Marike
en Math trouwden, zij was gelukkig in haar werk als secretaresse, hij
als werknemer bij V & D. Ze kregen een dochter, Pattie, en Marike
wilde haar laten inschrijven in het doopregister van de kerk. "Maar toen
een priester tegen mij een verhaal begon over dat ik onrein was na de
geboorte en nog meer van die kerkelijke beuzelpraatjes, had ik er schoon
genoeg van. Ik ben naar de kerkadministratie gestapt en heb me als lid
van de katholieke kerk laten uitschrijven. Met eigen handen heb ik mijn
naam uit dat register gekrast."
Maar met het wegkrassen van de naam,
hield de ellende met de paters jezuïeten niet op. Een jaar of tien later
zat dochter Pattie op school in de wijk Nazareth, waar het gezin
inmiddels woonde. Ze kreeg godsdienstles van een jezuiet.
Marike:
"Die man betastte elke les de meisjes, over hun rug, over hun armen.
Totdat hij ook regelmatig aan hun borstjes begon voelen, zogenaamd om te
kijken of ze al vrouwtjes werden, hoorde ik van Pattie. De meeste
kinderen durfden daar thuis niet over te praten. Die kregen te horen:
'dat zal de pater zo niet bedoelen'. Ze moesten gewoon hun mond houden.
Over die dingen sprak je niet. Maar ik zelf ben thuis heel vrij
opgevoed. Mijn vader stierf toen ik acht was, maar mijn moeder was heel
ruimdenkend. Ze leerde me bijvoorbeeld dat je van mensen van het andere
geslacht, maar ook van hetzelfde geslacht kunt houden. Dat
homoseksualiteit iets heel normaals was. Je kon bij haar vrijuit praten.
Ik heb datzelfde op mijn dochter overgedragen. Toen mijn dochter dus
met dat verhaal van die pater kwam, wist ik precies hoe laat het was. Ik
zag dat de andere ouders er geen werk van maakten. Daarom stapte ik
naar de directeur van de school en deed mijn beklag. Niet lang daarna is
die pater van school gegaan. Jaren later, hoorde ik, zou hij zelfmoord
hebben gepleegd."
Seksueel misbruik is decennia lang een taboe geweest, weet Marike Mootzelaar nu.
"Je
had je nare ervaring en je vertelde dat misschien tegen een vriendje of
vriendinnetje, soms tegen je moeder, maar het bleef in het donker. Je
had het idee dat jij de enige was die zoiets was overkomen. Daarom vind
ik het fantastisch dat de laatste dagen zoveel verklaringen van
seksslachtoffers van priesters bekend worden. Dat zorgt na al die jaren
voor opluchting. Dat jij niet de enige bent, die dat is aangedaan."
Pas
toen vele jaren na haar traumatische ervaring in de jezuïetenkapel de
orde Maastricht verliet, de universiteit het kloostergebouw overnam en
de kapel werd afgebroken, werd de pijn voor Marike een stuk minder.
Nee,
een klacht wil ze niet indienen, dat is nu te lang geleden. En nee, het
geloof is ze nooit helemaal kwijtgeraakt. Zelfs niet het vertrouwen in
sommige priesters.
"Pater Carlos", vertelt Marike, "een franciscaan,
was van kinds af een vriend van onze familie. Bij hem kon ik altijd
terecht. Een week voor zijn dood gaf hij mij, wat hij noemde, zijn
kostbaarste bezit. Een schilderijtje van zijn vriend Hans, die
homoseksueel was en zelfmoord had gepleegd. Ik koester het nu als iets
bijzonders. Het laat zien dat er ook priesters zijn met een warm,
menselijk gevoel."
Provinciaal jezuïeten kent zaak niet
De
zaken van Maastricht zijn voor Jan Bentvelzen, provinciaal (overste)
van de jezuïeten in Nederland, "volstrekt nieuw. Daar kan ik zo snel dus
geen commentaar op geven. Wel weet ik van recentere gevallen die
behandeld zijn bij de stichting Hulp en Recht. Hulp en Recht is niet
voor niets opgericht. Het geeft betrokkenen de mogelijkheid hun zaak aan
een neutrale en competente instantie voor te leggen en ook aan de
betreffende pater om zich te verdedigen. Voor zover ik weet is ook
steeds een vertegenwoordiger van de jezuïeten om informatie gevraagd of
om als waarnemer aanwezig te zijn. Wij aanvaarden dan altijd de
conclusies van Hulp en Recht.”
8 maart 2010: Broeder wist van misbruik

Voor zover bekend eerste keer dat Limburgse geestelijke toegeeft weet te hebben gehad
door Annelies Hendrikx en Bjorn Thimister
HEERLEN
- Voor het eerst - zover bekend - geeft een vertegenwoordiger van de rk
kerk in Limburg toe dat hij wist van seksueel misbruik in een
jongensinternaat.
De 72-jarige Gerrie Schobben uit Heerlen, die
in de jaren vijftig en zestig als broeder werkzaam was in het
jongenspensionaat St. Maria ter Engelen in de Kerkraadse wijk
Bleijerheide, wist dat enkele van zijn medebroeders franciscanen daar
jongens misbruikten. Dat heeft hij tegenover deze krant bevestigd.
Woordvoerder
Stan Hoen van het bisdom Roermond heeft nooit eerder vernomen dat een
geestelijke toegaf dat hij wist van seksueel misbruik door andere
geestelijken. "Dit hoor ik voor het eerst. Maar het bisdom gaat louter
over pastoors en niet over andere religieuzen. Die leggen verantwoording
af binnen hun eigen orde." Het provincialaat van de franciscanen in
Utrecht was in het weekeinde niet bereikbaar.
Schobben kwam met zijn
ontboezeming nadat hij was geconfronteerd met twee slachtoffers van
seksueel misbruik in Bleijerheide, Bert Smeets uit Landgraaf en Luc
Kusters uit Venlo. Als kind zat de latere broeder Alfons op het
jongenspensionaat en verklaart dat hij toen al verhalen hoorde over
seksueel misbruik. "We wisten wie zijn vingers niet kon thuishouden. Ook
toen ik broeder was in Bleijerheide deden dergelijke verhalen de
ronde."
Die lege stoel in de eetzaal
Wat hem betreft
mogen mogen alle verhalen over kindermisbruik binnen het voormalige
jongenspensionaat in Bleijerheide en andere katholieke instituten nu
naar buiten komen. Zelf zet Gerrie Schobben (72) uit Heerlen de eerste
stap.
door Bjorn Thimister en Annelies Hendrikx
Plots staan
ze deze vrijdag oog en oog met broeder Alfons: Luc Kusters (60) en Bert
Smeets (58), naar eigen zeggen slachtoffers van seksueel misbruik door
geestelijken in het jongenspensionaat St. Maria ter Engelen in
Bleijerheide. De broeder schrikt enigszins. Hij verwacht deze visite
weliswaar, maar kan naar de exacte reden van het bezoek op dat moment
alleen gissen.
Al vrij snel gaat bij hem een lampje branden, zo
blijkt in zijn kantoor van Groepsaccommodatie Home Franck in het
Belgische grensplaatsje Gemmenich. "Ik denk dat ik wel weet waar het
over gaat", verzucht hij. "Jullie willen het over kindermisbruik binnen
de katholieke kerk hebben."
Het wordt hem meteen moeilijk gemaakt. De
confrontatie met gebeurtenissen uit het verleden komt zichtbaar hard
bij hem aan. "U kon flink meppen", houdt Bert Smeets Schobben voor, die
overigens van geen ontsnappen wil weten. Al staat de Heerlense
geestelijke er wel op dat hij eerst alleen met Kusters en Smeets kan
praten.
Daarna volgt al snel de eerste ontboezeming: ja, de broeder
heeft zich schuldig gemaakt aan kindermishandeling. "Ik voelde me
politieagent en opvoeder in een hechte, gesloten wereld. Je moest soms
hard optreden. Ik geef toe dat ik vaker geslagen heb."
Ook wist hij
van seksueel misbruik door geestelijken binnen de kloostermuren van St.
Maria ter Engelen, zo zegt de Heerlenaar dan. Toen hij er zat als jongen
gonsden de verhalen al rond. "We wisten wie zijn vingers niet kon thuis
houden. Daar spraken we als jongens onderling wel over. Zelf ben ik
niet misbruikt."
Ook later, inmiddels werkzaam in het internaat als
broeder Alfons, ving Schobben gefluisterde verhalen op. Zoals over die
collegabroeder uit de ziekenzaal die 'dingen met kinderen deed'. "Plots
werd hij weggestuurd."
Broeder Alfons ziet het nog voor zich als de
dag van gisteren: die lege broederstoelen in de eetzaal van het
jongenspensionaat. Weer was er een collegabroeder spoorslags vertrokken.
Opnieuw gingen alle alarmbellen bij de Heerlenaar rinkelen. Waarom er
wederom een stoel leeg was wist hij niet zeker, maar een sterk vermoeden
had de geestelijke wel. "Dat had met kindermisbruik te maken, dat denk
ik nu nog steeds. Let op: concrete bewijzen heb ik niet, maar die heeft
niemand. We wisten feitelijk dat het gebeurde, maar iedereen hield zijn
mond dicht", zegt Schobben. "Dat moest ook van hogerhand. We hadden een
spreekverbod. Bovendien leefden we toen in een wereld die heel erg
gesloten was. Het was zelfs niet de bedoeling dat je door een raam naar
buiten keek. 'Niet naar de boze buitenwereld kijken', zei een andere
broeder dan tegen mij en trok me weg."
Broeder Alfons heeft al meer
gezegd dan hij ooit had kunnen bevroeden. Het lucht hem wel op, geeft
hij toe. "Van mij mag nu alles aan naar buiten komen. Ik ben niet meer
de kloosterling van vroeger. Toen had ik meer respect voor de katholieke
kerk, die mij nu niet meer zo aanspreekt. Ik verwacht niet meer zo veel
van de kerk. Wel houd ik me nog altijd aan het celibaat."
Kort na
het vertrek van Smeets en Kusters breekt broeder Alfons helemaal. De
vraag is of hij zich schaamt voor zijn vroegere zwijgzaamheid. De
broeder buigt zijn hoofd en zucht een paar keer diep. Een bevestigend
knikje, gevolgd door het hoge woord. "Ik schaam me inderdaad kapot
tegenover slachtoffers als Bert en Luc. Nooit heb ik iets gezegd
hierover, nooit iets ondernomen." Daarom pakte hij de twee mannen
tijdens het gesprek ook vaker vast en sloeg ze op de schouder. "Als ik
nu hoor wat zij als volwassen mannen hebben moeten doorstaan door alles
wat hen is overkomen in Bleijerheide: dat is verschrikkelijk. Ik wist
ervan, maar heb mijn mond gehouden. Ik hoop alleen dat ze begrijpen dat
ik echt niet anders kon. Nu mag van mij alles aan het daglicht komen."
De
Heerlense broeder is tegenwoordig werkzaam als jeugdwerker bij de
Groepsaccommodatie Home Franck in Gemmenich in het Belgische Geuldal,
net over de grens bij Vaals. Hij zegt zich te kunnen voorstellen dat dit
vragen oproept omdat hij in zijn leven is geconfronteerd met seksueel
misbruik van kinderen. ,,Maar ik voel mezelf niet schuldig en ik verwijt
mezelf niks, anders was ik nooit aan deze job begonnen."
Gerrie
Schobben heeft zijn verhaal verteld. Nu verlangt hij weer naar rust.
Rust die hij de slachtoffers van seksueel misbruik ook van ganser harte
gunt.
Bert Smeets is "heel blij" met de ontboezemingen van de
geestelijke. "Dit bevestigt ons verhaal en maakt het geloofwaardiger.
Want bewijs hebben wij natuurlijk ook niet, er zijn geen foto's van."
Het voorgesprek met broeder 'Funske' , zoals Luc hem noemt, was op
momenten zeer emotioneel, zegt Smeets: "De broeder stond vanaf het begin
al op breken. We hebben hem behoorlijk hard aangepakt, ook al
beschuldigen we hem zelf niet van misbruik. Ik wil graag mijn waardering
uitspreken voor deze kwetsbare broeder die over zijn eigen schaamte is
heen gestapt. Met zijn bekentenis komt een einde aan een decennialange
zwijgcultuur en kunnen we eindelijk de dingen benoemen."
Luc Kusters
is van plan een soort slachtoffergroep te formeren. "Mijn doel is: het
verzamelen van meldingen aangaande seksueel misbruik door geestelijken.
Met al deze mensen wil ik een groep vormen. Ik heb inmiddels een
letselschade-advocaat ingeschakeld." Hij wil de zaken omdraaien, zegt
hij: "Zoals ik mij vroeger voor de broeders moest uitkleden, zo ga ik nu
de kerk uitkleden."
Voorzitter Bisschoppenconferentie: Kerk moet misbruik veroordelen
De
rk kerk moet seksueel misbruik in katholieke instellingen duidelijk
veroordelen, verontschuldigingen aanbieden aan de slachtoffers, waar
mogelijk voor genoegdoening zorgen en maatregelen nemen om te voorkomen
dat het opnieuw gebeurt. Dat zei de voorzitter van de Nederlandse
Bisschoppenconferentie Mgr. Ad van Luyn gisteravond in Kruispunt TV.
Volgens Van Luyn voelt de kerk zich beschaamd door het grote aantal
meldingen van seksueel misbruik in rk-instellingen. De Nederlandse
Bisschoppenconferentie vergadert hier morgen over. Van Luyn pleit op
persoonlijke titel voor een onafhankelijk onderzoek. "Ik ben ervan
overtuigd dat dat het meest tegemoet komt aan de verwachtingen van de
slachtoffers, van de
samenleving maar ook van de kerkgemeenschap."
Het meldpunt Hulp en Recht heeft inmiddels meer dan 190 meldingen van en
verhalen over seksueel misbruik door geestelijken binnen katholieke
instellingen gekregen. De meldingen hebben met name betrekking op
incidenten in door religieuzen geleide jongensinternaten in de periode
1950- 1975. Woordvoerder Stan Hoen van het bisdom Roermond drukt
slachtoffers op het hart zich "in hemelsnaam" te melden bij Hulp en
Recht. Beschuldigingen dat het meldpunt als doofpot zou fungeren, wijst
hij van de hand als zijnde "volstrekt incorrect en heel goedkoop". De
stichting is opgericht op initiatief van de kerk, maar handelt
onafhankelijk, zegt Hoen.
3 maart 2010: Kamer: onderzoek misbruik

Omvang inzichtelijk maken, vindt groeiende groep betrokkenen Politiek wil verjaringstermijn oprekken
door onze verslaggevers
ROERMOND
- Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer wil een onderzoek naar
seksueel misbruik binnen de katholieke kerk. Ook wil de politiek dat
misbruik minder snel verjaart.
Misbruik verjaart nu na twaalf jaar. Dat moet volgens het CDA veertig jaar worden. De VVD wil zelfs dat het nooit verjaart.
De
PvdA pleit samen met VVD, SP, GroenLinks en PVV voor een onafhankelijke
onderzoekscommissie die de omvang van het schandaal bloot moet leggen.
De christelijke partijen in de Tweede Kamer - CDA, SGP en ChristenUnie -
nemen genoegen met een studie door de kerk zelf.
Vanuit de kerk zelf
klinkt een steeds luidere roep om een onafhankelijk onderzoek. De
paters salesianen, waar een van de omstreden internaten onder valt,
vroegen daar afgelopen weekend al om. Rector Jan Vries van het
Grootsemenarie Rolduc in Kerkrade is ook voorstander van zo'n onderzoek.
Al is het maar om een naar hoofdstuk af te kunnen sluiten, stelt hij.
De populaire priester Antoine Bodar nam op de nationale radio eenzelfde
standpunt in.
De Roermondse bisschop Frans Wiertz gaat niet zover.
Het bisdom wil wel een onderzoek, zegt een woordvoerder, maar het heeft
nog geen idee hoe dat eruit moet zien en wie het moet uitvoeren. De
Nederlandse Bisschoppenconferentie praat daar op 9 maart over. Een
spoedoverleg vindt het bisdom overbodig.
De recente aandacht voor
ontucht door geestelijken leidt tot extra klachten. De katholieke
commissie 'Hulp en Recht' noteerde de afgelopen dagen 34 meldingen,
tegen normaal 10 à 20 per jaar.
Geloof en geloofwaardig
Natuurlijk
moet er een onafhankelijk onderzoek komen naar seksueel misbruik door
geestelijken binnen instellingen van de katholieke kerk, meent Jan
Vries, rector van het Grootseminarie Rolduc. "Zodat de kerk dit voorgoed
achter zich kan laten."
door Serge Sekhuis
Hij heeft het
nieuws met gemengde gevoelens gevolgd, afgelopen dagen. "Het is
bijzonder afkeurenswaardig wat er in het verleden is gebeurd. Paters die
zich opdrongen of vergrepen aan kinderen. Dat is op geen enkele wijze
goed te praten. Verschrikkelijke trauma's voor de slachtoffers.
Natuurlijk komt seksueel misbruik ook buiten de kerk voor, incest in
gezinnen of pedoseksuelen die in het park achter kinderen aanzitten,
maar binnen de muren van de kerk is het extra wrang. De kerk als
instituut en hoeder van moraliteit en rein gedrag."
Verrast is
monseigneur Jan Vries, sinds 1994 de baas van het
priesteropleidingsinstituut in Kerkrade, niet dat nu ook in Limburg de
eerste mensen zich melden met getuigenissen over misbruik door paters op
kostscholen en jongensinternaten.
"Na soortgelijke meldingen vanuit
Duitsland of Ierland kon je er bijna op wachten. Ik hoorde dat Hulp en
Recht, de in 1995 door de bisschoppen opgerichte instantie waar mensen
die zich seksueel misbruikt voelen door geestelijken een klacht in
kunnen dienen, de voorbije dagen 34 nieuwe meldingen heeft gehad. Dubbel
zoveel als gemiddeld in een heel jaar. Toch denk ik dat het
uiteindelijk in Limburg, in Nederland wel zal meevallen. Zo goed als
alle internaten zijn immers eind jaren zestig gesloten. Hulp en Recht
heeft met driehonderd klachten in zekere zin een 'inhaalslag' gemaakt.
De meeste gaan over zaken uit de jaren vijftig en zestig."
Hij
gelooft niet dat seksueel misbruik nog steeds voorkomt in de katholieke
kerk. Priesters die zich zouden vergrijpen aan een misdienaar. "Onze
kerk heeft er ook van geleerd. We zijn er nadrukkelijker dan vroeger op
gespitst. Ik wil me dan ook verzetten tegen het beeld dat nu in de media
opduikt, als zou er, in seksuele zin, van alles mis zijn binnen
kerkelijke instellingen. Dat klopt gewoon niet. In elk geval niet meer.
Als iemand hier opgeleid wil worden, kijken we eerst naar zijn
antecedenten: zijn er aantekeningen over seksuele gedragingen.
Onevenwichtigheid. Homoseksualiteit is taboe op Rolduc, zoals binnen de
hele kerk. Dat zijn lastige gesprekken. Tijdens de opleiding ook leren
we de studenten welke risico's er zijn om over de schreef te gaan, hun
eigen kwetsbaarheid."
Van incidenten op zijn eigen
Grootseminarie kan Vries zich, sinds hij er de baas is althans, niets
herinneren. Behalve dan één zaak van een seminarist die een priester had
aangeklaagd bij Hulp en Recht. Dat was evenwel een zaak die dateerde
van voor zijn komst naar Kerkrade.
"Ik ken de kritiek op het
functioneren van Hulp en Recht, dat bisschoppen die in behandelde zaken
het advies krijgen iemand een straf op te leggen niet verplicht zijn die
daadwerkelijk uit te voeren of er verantwoording over af te leggen.
Hulp en Recht is inderdaad geen rechtbank, de ethische vraag is sowieso
of je dat als kerk moet willen zijn. Ik weet trouwens wel dat Frans
Wiertz, onze bisschop, alle adviezen ook daadwerkelijk overneemt en
uitvoert", zegt hij. "Mensen moeten ook niet denken dat wij alles onder
het tapijt willen vegen, verre van dat. Ik heb de afgelopen jaren
duidelijk een mentaliteitsomslag gezien. De geloofwaardigheid van de
kerk staat of valt bij het zuiver brengen van onze boodschap. Volkomen
terecht dat mensen ons daarop aanspreken. Je kunt het immers niet maken
om van de kansel te belijden wat je zelf vervolgens niet naleeft. Zo
past het absoluut niet dat onze mensen seksueel over de schreef gaan.
Wie dat toch doet, wordt adequaat gestraft. Dat kan binnenkerkelijk, met
een uit het ambt-zetting als zwaarste sanctie, maar ook
civielrechtelijk. Daarbij realiseer ik me terdege dat de meeste zaken
die nu nog naar boven komen, wat betreft het doen van aangifte, zijn
verjaard. Je kunt dat betreuren, je mag ons verwijten dat die
'mentaliteitsomslag' niet eerder is doorgevoerd. Maar bedenk ook dat
over seksualiteit, zeker toen, niet zo makkelijk werd gesproken. Het was
een taboe. In de kerk, maar ook op school en thuis, in je eigen
familie. Seks was iets privaats. De kerk pakt het nu in elk geval wél
goed op. De zaak is opengebroken. Dat men nu roept dat voor die
'daadkracht' eerst de media het deksel van de 'gierput' moesten halen:
er is altijd een proces nodig om tot inzicht en zuivering te komen."
Met
het celibatair leven, de opgelegde seksloosheid waarmee veel priesters
het kennelijk nogal eens moeilijk hadden, heeft misbruik niets te maken,
aldus Vries, die ten bewijze nog eens wijst op het misbruik dat ook
buiten de kerk plaatsvindt. "De deugd van kuisheid bewaren, is niet
altijd even eenvoudig, zeker gezien de ongeremdheid waarmee in de
huidige samenleving seksualiteit wordt genoten en bedreven. En toch moet
het mogelijk zijn zonder te leven, denk ik. In elk geval weet ik zeker
dat afschaffen van het celibaat de situatie rond seksueel misbruik niet
zou hebben veranderd."
"Heel goed" vindt de Rolducrector, die
zelf overigens nooit op een internaat zat, het dat er nu een onderzoek
komt. Volgende week praat de bisschoppenconferentie erover.
"Wat mij
betreft zou dat inderdaad een onafhankelijk onderzoek moeten worden,
zoals een meerderheid in de Tweede Kamer nu vraagt. De kerk moet laten
zien dat we serieus schoon schip willen maken. Ik zou me kunnen
voorstellen dat de bisschoppen deskundigen van buiten de kerk aanwijzen,
mensen met ervaring ook in justitiële zin, die het onderzoek gaan
uitvoeren. Of daarmee alle oude zaken worden opgehelderd, betwijfel ik.
Veel betrokkenen zijn al overleden en herinneringen van slachtoffers
vervaagd. Wat ik hoop, is dat het onderzoek vooral oplevert wat écht de
proportie is van het misbruik en dat onze kerk het daarna achter zich
kan laten."
Commentaar: Beerput
Het kon niet
uitblijven. Nadat eerder in de Verenigde Staten, Ierland en meer recent
in Duitsland en Gelderland onthutsende verhalen zijn opgedoken over
seksueel misbruik door rooms-
katholieke geestelijken, lijkt nu ook
in Limburg de beerput opengetrokken te worden. Als waar is wat Bert
Smeets (58) en Luc Kusters (60) daarover gisteren in deze krant verteld
hebben, dan zal dat de door de affaire-Haffmans toch al zwaar
beschadigde reputatie van de katholieke kerk in Limburg nog verder
ondermijnen.
Veel redenen om aan hun verhaal te twijfelen, zijn er
niet. Wat beiden in hun jeugd op het jongenspensionaat Bleijerheide in
Kerkrade meegemaakt hebben, is ronduit pervers en morbide. Op een
welhaast systematische wijze maakten broeders in de jaren zestig
seksueel misbruik van hun jonge lichamen, daarmee grote schade
toebrengend aan hun verdere leven. Dat kan niet zonder gevolgen blijven,
hoe lang geleden de gebeurtenissen zich ook hebben voorgedaan en hoe
lastig het ook is om de slachtoffers alsnog genoegdoening te
verschaffen.
Wegkijken, doodzwijgen en bagatelliseren is hoe dan ook
geen oplossing meer, dat is al lang genoeg gebeurd. Die tactiek van de
katholieke kerk is niet meer houdbaar. Er zal nu voorgoed schoon schip
gemaakt moeten worden. Dat zal nog lastig genoeg worden. Schoorvoetend
zijn de Nederlandse bisschoppen nu bereid het thema, dat zo lang taboe
was, bespreekbaar te maken. Ook worden onderzoeken beloofd. Maar zolang
die niet onafhankelijk en diepgaand zijn, zullen ze de vieze smaak van
seksueel misbruik en psychische verminking niet kunnen wegnemen.
Een
meerderheid in de Tweede Kamer heeft daarom nu opgeroepen tot zo'n
omvattend en onafhankelijk onderzoek. Dat is een goede zaak. Het kan
geen toeval zijn dat priesters, broeders en paters wereldwijd verkrampt
omgaan met seksualiteit. Alle ontuchtschandalen zijn niet los te zien
van de verplichting tot seksuele onthouding. Dat celibaat zal de kerk
van Rome niet opgeven, dat mag ook niet verlangd worden, hoe verstandig
het wellicht ook zou zijn. Maar wat de samenleving wel van de kerk mag
verlangen, is dat dit niet langer leidt tot het schenden van andermans
seksuele integriteit.
2 maart 2010: Stroom meldingen misbruik

'Ook betastingen op internaat Kerkrade'
door onze verslaggevers
KERKRADE
- Berichten over seksueel misbruik in een internaat in 's Heerenberg
hebben geleid tot een stroom van andere klachten over ontucht door
geestelijken. Ook in het voormalige jongensinternaat St. Maria ter
Engelen in Kerkrade zouden in de jaren '60 jongens zijn misbruikt.
De
melding over het internaat in de Kerkraadse wijk Bleijerheide is
afkomstig van Bert Smeets uit Landgraaf en Luc Kusters uit Venlo, die er
beiden in die jaren woonden. Volgens hen stonden er regelmatig
masturberende broeders naast de bedden van de jongens en werden de
jongens geregeld betast.
Pastoor Jan Schafraad van de Maastrichtse
Koepelkerk was destijds broeder op het jongenspensionaat, maar zegt
nooit iets gemerkt te hebben van seksueel misbruik. "Er werden wel vaker
broeders overgeplaatst. Ik weet niet of er een verband was tussen hun
vertrek en eventueel misbruik."
Het Provincialaat Franciscanen in Utrecht, waar het Kerkraadse internaat onder viel, kon gisteren niet reageren.
Kusters
en Smeets meldden zich bij deze krant naar aanleiding van eerdere
berichten over seksueel misbruik bij katholieke instellingen. Landelijk
krijgen veel dagbladen soortgelijke meldingen. Een woordvoerder van het
bisdom Roermond verbaast zich erover dat slachtoffers naar de krant
stappen. "Er is juist speciaal voor deze mensen een landelijke stichting
opgericht, Hulp en Recht, die hen terzijde staat."
Na de melding
over het Gelderse 's Heerenberg riep de overste van de paters
salesianen, Herman Spronck, op tot een landelijk onderzoek naar seksueel
misbruik op internaten. De bisschoppenconferentie heeft zich daar bij
aangesloten. Een zegsman: "Wij willen weten wat de omvang van het
misbruik is geweest."
Slachtoffers uit de jaren zestig en zeventig
kunnen geen aangifte meer doen. De verjaringstermijn voor ontucht met
kinderen (12 jaar) en verkrachting (20 jaar) is verlopen.
Verminkt voor het leven
Na
berichten over seksueel misbruik binnen de katholieke kerk in Amerika,
Ierland, Duitsland en Gelderland treden nu ook Limburgers naar buiten
met verhalen over zich misdragende broeders. Bert Smeets en Luc Kusters
brachten een deel van hun jeugd door op jongenspensionaat St. Maria ter
Engelen in Bleijerheide, Kerkrade. "Ze schurkten tegen je aan met hun
geslachtsdeel, om de haverklap moest je je broekje laten zakken." Het
gebeurde onder de douches, in de ziekenboeg, de slaapzaal, de eetzaal:
"Je liep continu gevaar."
door Annelies Hendrikx en Bjorn Thimister
Sinds
zes jaar probeert hij via zijn muziek aandacht te vragen voor het
seksueel misbruik dat hem als jongetje is overkomen. Singer-songwriter
Bert Smeets (58), oorspronkelijk afkomstig uit Landgraaf, bracht begin
jaren '60 drie jaar door op het jongenspensionaat St. Maria ter Engelen
in Bleijerheide, Kerkrade. Het verdriet en de woede die hij aan dat
verblijf bij de broeders franciscanen heeft overgehouden, vechten zich
sinds zes jaar een weg naar buiten. Voordien stopte hij het weg; hij
verdrong het. "Ik kan er pas sinds zes jaar gevoelsmatig bij. Sindsdien
ben ik de klok aan het luiden, maar tot dusver heeft kennelijk niemand
dat gehoord." Terwijl hij het wel kan uitschrééuwen. Nu de berichten
over seksueel misbruik door geestelijken binnen de katholieke kerk zich
verspreiden als een olievlek, vindt Smeets dat de hele wereld moet weten
dat dit ook in Limburg op grote schaal voorkwam.
Hij vertelt over
zijn entree bij de broeders op Bleijerheide: "Ik kwam daar als tienjarig
jongetje, totaal onwetend van seksualiteit. Ik werd verwelkomd door een
broeder die zei: 'Jij hebt liefde nodig', en ik dacht: Wow! Ik moest
bij hem op schoot komen zitten en voordat ik het wist, zat hij met zijn
hand in mijn broekje. Daar schrok ik van; ik meldde dat bij de
broeder-prefect. Die gaf mij een verschrikkelijke straf. Ik werd twee
weken lang volledig geïsoleerd; mocht niet praten, niemand mocht met mij
praten, ik moest alleen eten en strafregels schrijven." Meerdere
broeders maakten misbruik van jonge jongens, weet Smeets. Ze dwaalden 's
nachts door de slaapzalen; sommige broeders stonden naast de bedden te
masturberen. Als er werd gedoucht, waren daar "op de een of andere
manier" altijd heel veel broeders te vinden. "Bezeerde je je knie bij
het voetballen, dan moest je naar de ziekenboeg. Daar moest je je altijd
helemaal uitkleden. Altijd, al had je pijn aan je pink. Er werd gevoeld
en gekeken, 'per ongeluk' gestreeld, ze kwamen heel dicht bij je staan
of raakten jou eventjes met hun geslachtsdeel. Je liep continu gevaar."
Lijfstraffen
waren ook aan de orde van de dag. Stokslagen op de blote billen, forse
meppen met de hand: het was dagelijks gebruik. Smeets haalt zijn rapport
over het derde semester van het schooljaar '62-'63 erbij, waarop staat
dat hij dringend moest 'leren zich direct te onderwerpen'. "Je werd
totaal ontzield." "Daar zullen de broeders wel een man van je maken",
had een tante hem nog gezegd toen hij naar Bleijerheide werd gestuurd na
de plotselinge dood van zijn vader. "Ze wist, denk ik, niet dat dit
inderdaad de populairste bezigheid van de meeste broeders was", klinkt
het cynisch. "Vergeet bovendien niet dat wij besmet waren,
gehersenspoeld door de pr-machine van een systeem dat God aan zijn kant
had staan, en dat al eeuwenlang. 'Kom jij nu niet als jongetje een
beetje lastig doen', werd me van de eerste dag heel duidelijk gemaakt."
Bert Smeets kreeg nummer 33 en langzamerhand wérd hij dat ook.
Luc
Kusters (60), afkomstig uit Venlo, voegt eraan toe dat "volledige
passiviteit" werd verwacht van de jongens. Kusters ('nr. 77') zat van
1959 tot 1967 op het jongenspensionaat van Bleijerheide: "Ik kwam er
totaal gefrustreerd uit. Ze wilden beschikken over én je psyche én je
lijf; dat was de truc. Over gevoelens mocht je niet praten, je kon het
nooit hebben over je heimwee of je angst. Alles was koud, kil en
gevoelloos. Je had geen stem. Mensen zijn daar verminkt voor het leven.
Bij mij is het naar binnen geslagen, ik ben een denker geworden. Alleen
dankzij intensieve therapie ben ik er langzaam bovenop gekomen. Ik heb
mijn hele seksualiteit moeten resetten. Ik heb het in de klas, toen het
weer ging over de Vader en de Zoon, ooit gewaagd te vragen waar toch de
moeder en de dochter waren gebleven. Ik kreeg een enorm pak slaag."
Ook
Kusters werd met enige regelmaat seksueel lastig gevallen door
broeders. Eén keer moest hij bij zijn 'vaste' kwelgeest komen toen deze
de functie van ziekenbroeder uitoefende. Helemaal uitkleden, luidde
wederom het bevel. "Hij pakte mijn geslachtsdeel en trok eraan.
Kennelijk reageerde ik niet helemaal naar zijn genoegen, want dat heeft
hij nooit meer gedaan.
Het ging vaak veel stiekemer. Ze deden
allerlei 'dingetjes' waar je toen niet eens meteen van vond dat ze gek
waren. Maar eng waren ze wel. Het ging subtiel: éven aanraken, tasten,
voelen. Ze schurkten met hun geslachtsdeel 'per ongeluk' tegen je aan.
Of raakten, ook 'per ongeluk', het jouwe aan. Je voelde je absoluut niet
veilig. Die ene broeder heeft een groot stempel op mijn leven gedrukt."
Kusters en Smeets weten stellig dat de broeders ook van elkaar
wisten wat ze deden. "Daar voelden ze zich veilig bij. Het kwam voor dat
een broeder opeens weg was, overgeplaatst. Wij hoorden dan wel dat dat
met misbruik te maken zou hebben."
Maar wat het tweetal eigenlijk
vooral wil aanklagen, is het hele systeem binnen de katholieke kerk. Als
je van seksualiteit zo'n enorm taboe maakt, het vrouwelijke volslagen
kleineert of zelfs negeert en mannen opdraagt celibatair te leven, krijg
je verknipte personen, dat kan niet anders. Dat systeem deugt van geen
kanten."
Bert Smeets probeert zijn frustratie via zijn muziek een
uitweg te geven, maar zoekt ook erkenning. Hij leeft in de verstikkende
wetenschap dat seksueel misbruik door geestelijken tientallen jaren lang
in de doofpot is gestopt. "De kerk heeft er geen enkel belang bij om
dat daadwerkelijk te onderzoeken. Ik geloof ook niet dat dat ervan komt.
In de jaren zestig '60 was in de omgeving van het internaat in
Bleijerheide al bekend dat daar dingen gebeurden die niet door de beugel
konden. Maar dat mocht niet worden benoemd, de kerk was zo ontzettend
machtig."
Dat is het gemene, vult Luc Kusters aan: "De
machtsverhoudingen waren zo ongelijk, er was geen enkele sprake van
gelijkwaardigheid. Daar is op een verschrikkelijke manier en op grote
schaal misbruik van gemaakt. Kijk, als twee kinderen van 13 al
spelenderwijs seksualiteit ontdekken: daar is niks mis mee. Als twee
volwassen mannen seks met elkaar hebben: prima. Maar een volwassene die
zijn lusten probeert te bevredigen via kinderen: dat kan echt niet. Maar
wij waren volledig machteloos. Onderling werd er niet over gesproken en
thuis kon je er ook niet over praten. Feitelijk hadden wij geen stem."
Bert
Smeets maakte in 1985 ter gelegenheid van het pausbezoek aan Limburg de
elpee Pop against Pope. "Die heb ik aangeboden aan het bisdom en daar
is-ie in ontvangst genomen. Vervolgens hebben ze hem, denk ik, in een
hoek gesmeten." Contact met het bisdom heeft Smeets daarna niet gehad;
de meeste van de broeders van destijds zijn inmiddels overleden. Enkelen
spoorde hij op en confronteerde hen met zijn vroegere ervaringen, maar
daar wilden zij niets van weten. "Ik kan niks bewijzen, dus dan houdt
het snel op." Een van degenen die hij ergens in 2008 bezocht, was
broeder Eimar, die door Smeets overigens absoluut niet wordt beschuldigd
van misbruik. "Maar hij moet er wel van hebben geweten." Broeder Eimar
is nu pastoor Jan Schafraad van de Maastrichtse Koepelkerk. ,,Ik heb
nooit iets gemerkt van jongetjes die zouden zijn misbruikt door
broeders. Het kwam vaker voor dat broeders plotseling werden
overgeplaatst, maar ik weet niet of er een verband ligt tussen hun
vertrek en eventueel seksueel misbruik. Laat ik het zo zeggen: als ik
had geweten van seksueel misbruik, dan had ik meteen aan de bel
getrokken." Hij wil de beweringen van Smeets en Kusters niet
bagatelliseren, maar snapt niet waarom ze hier nu nog mee naar buiten
komen. "De meeste broeders van het jongenspensionaat zijn dood, dus
excuses kun je niet meer krijgen. Deze verhalen gaan over zeer kwalijke
zaken die binnen de katholieke kerk gebeurd zouden zijn. De kerk is in
een kwaad daglicht gesteld: dat doel is bereikt, meer is niet meer
mogelijk."
Bert Smeets zegt dat hij als 10-jarige nooit excuses
heeft gekregen en die nu ook niet meer verwacht. "Meneer pastoor moet
eens nadenken over de serieverkrachtingen die wereldwijd door priesters
hebben plaatsgevonden. Van Amerika tot Duitsland en nu komt het dicht
bij huis. Dat willen ze niet weten. Dat we de kerk in een kwaad daglicht
stellen, hebben ze helemaal aan zichzelf te wijten. Ze hebben dit kwaad
zelf aangericht."
Ingezonden brieven:
Verbazing
Met
stomme verbazing heb ik gisteren het artikel gelezen met de kop
‘Verminkt voor het leven'. Als oudleerling van het door de heren Smeets
en Kusters genoemde jongenspensionaat in Bleijerheide (periode 1963 tot
1967) wil ik de door hen geuite beschuldigingen resoluut van de hand
wijzen. In mijn periode als leerling deed ik veel aan sport, waar op dit
internaat voldoende aandacht aan besteed werd. Na dit sporten werd dan
met enkele broeders gezamenlijk gedoucht. Daar heeft nooit iets
plaatsgevonden. Ook niet op de slaapzaal. En bij sportkeuring werd
iedereen op de normale manier onderzocht. De broeders franciscanen waren
streng, maar rechtvaardig en van hun opleiding heb ik in mijn verdere
leven het nodige voordeel gehad.
J. Schmitz, Stevensweert
Doofpot
In
uw publicatie van gisteren over seksueel misbruik in de katholieke kerk
'verbaast een woordvoerder van het bisdom zich erover dat slachtoffers
naar de krant stappen' en wil het bisdom 'om redenen van privacy, niet
aangeven hoeveel klachten er jaarlijks binnenkomen bij Hulp en Recht'.
Hulp en Recht is dus de doofpot. Gelukkig hebben de slachtoffers in de
hele wereld niet naar dit bisdom geluisterd. Het komt de kerk natuurlijk
niet van pas dat ook dit soort uitwassen openbaar wordt. Zelf heb ik
een jaar geleden na ampele overwegingen besloten me te laten
uitschrijven uit het doopregister, omdat ik, gezien alle schandalen en
een aantal standpunten van de kerk, daarvan geen deel meer wil uitmaken.
Op diverse brieven aan zowel de parochie in Meerssen als het bisdom
Roermond ontving ik noch enige reactie, noch de uitdrukkelijk gevraagde
bevestiging van mijn uitschrijving. Het motto van deze club is dus nog
steeds: horen, zien en zwijgen. Deze gang van zaken en gebeurtenissen
sterken mij nog meer in mijn overtuiging dat ik de juiste keuze heb
gemaakt.
Tous Bovens, Meerssen
Jongenspensionaat 1
Bovenstaand
artikel is voor mij aanleiding om een ander geluid te laten horen. Ik
was ook leerling van Jongenspensionaat St. Maria ter Engelen in
Bleijerheide in de periode 1959-1963. Het verhaal van de heren Bert
Smeets en Luc Kusters is voor mij totaal onherkenbaar. Nimmer heb ik
enig feit gezien of gehoord dat ook maar enigszins lijkt op de verhalen
van de beide heren. Inderdaad waren er wel eens broeders plotseling uit
beeld. In mijn beleving was dat gewoon het gevolg van het feit dat
religieuzen uittraden uit het klooster. Om dat direct te linken aan
seksueel misbruik gaat mij veel te ver. Merkwaardig is dat dit soort
verhalen naar buiten komen na bijna 50 jaar, als de vermeende schuldigen
zich niet meer kunnen verdedigen, omdat ze er eenvoudigweg niet meer
zijn. Ik ben in de loop der jaren tussen 1994 en 2004 betrokken geweest
bij de organisatie van een drietal grote reünies van oud-leerlingen van
pensionaat Bleijerheide en heb daarbij honderden oud-leerlingen weer
ontmoet. Nooit heb ik reacties vernomen die lijken op de verhalen van de
beide heren. Met de voormalige broeder Eimar, de huidige pastoor Jan
Schafraad uit Maastricht, ben ik van mening dat betrokkenen hun verhaal
wel eens eerder aan de orde hadden kunnen stellen. Na vijftig jaar met
modder gaan gooien, is wel erg laat !
Joos Jenniskens, Heythuysen
Jongenspensionaat 2
Met
verbazing en verbijstering heb ik kennis genomen van het artikel
‘Verminkt voor het leven' in uw krant van 2 maart 2010. Ook ik ben
oud-leerling (1964-1969) van jongenspensionaat Bleijerheide. Ik ben het
volstrekt eens met de ingezonden brief van oud-leerling dhr. J. Schmitz,
d.d. 3 maart. Ook ik onderschrijf de geuite beschuldigingen van de
heren Smeets en Kusters niet. Ik kan mij ook volstrekt niet herkennen in
het beeld dat deze heren scheppen. Ik kan mij voorstellen dat de nog
levende broeders, alsook de familie van de overleden broeders, zich diep
gekrenkt voelen door een dergelijk artikel.
Ruud Direcks, Wahlwiller
Jongenspensionaat 3
In
mijn jeugdtijd heb ik herhaaldelijk met mijn oudste broer in de
zomervakantie bij onze heeroom gelogeerd in het Damianenklooster in Sint
Oedenrode. Hier was in die tijd een internaat voor jongens gevestigd.
Wij konden ons van harte uitleven: eigen zwembad, visvijver,
recreatiezaal en een grote bibliotheek. Wij hadden een heel goed contact
met de paters en broeders van de congregatie. Ik kan mij totaal geen
onprettige ervaring herinneren. Het lijkt nu net alsof katholieke
geestelijken overal niet van de jongens konden afblijven.
Hans Huijs, Blerick
2 maart 2010: 'Voor de kerk verjaart dit soort daden nooit'

Mensen die het slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik door
geestelijken, kunnen daarover sinds 1995 een klacht indienen bij de
instelling Hulp en Recht.
Wim Doesborgh en Serge Sekhuis
Het
kan de pastoor zijn in de parochiekerk, een pater vroeger op het
internaat, maar bijvoorbeeld ook de dirigent van het koor dat elke week
de heilige mis opluistert.
Zo lang het seksueel misbruik heeft
plaatsgevonden door een kerkelijke functionaris of iemand die namens de
kerk werkt én er sprake was van een afhankelijkheidssituatie, neemt Hulp
en Recht elke binnenkomende klacht in behandeling. Ruim driehonderd al,
sinds de oprichting.
Jan Waaier, burgemeester van Zoetermeer, is
sinds medio 2008 voorzitter van Hulp en Recht. "We nemen zelfs klachten
aan tegen priesters die al zijn overleden. Veel kwesties ook die naar
burgerlijk recht al lang zijn verjaard. Voor de kerk echter verjaart dit
soort daden nooit."
Voor het behandelen van klachten beschikt de
instelling over een 'beleidsadviescommissie' waarin acht mensen van
uiteenlopende discipline zitten: juristen, psychotherapeuten en
maatschappelijk werkers. Afhankelijk van de klacht wordt hieruit een
keuze van drie gemaakt. Deze commissie hoort vervolgens het slachtoffer
en, zo mogelijk, ook de dader en mogelijke getuigen. In de regel drie
maanden later volgt hieruit een advies. "Dat kan bestaan uit een gele of
rode kaart, de dader verdient een 'standje', of in ernstige gevallen de
aanbeveling dat betreffende priester uit zijn ambt wordt gezet. Een
bisschop of kloosteroverste die we ons advies toesturen, is overigens
niet verplicht dat ook op te volgen. Evenmin hoeft men te rapporteren
wat ermee gedaan is", aldus Waaier, die dan ook geen idee heeft hoeveel
geestelijken de afgelopen op welke manier zijn berispt.
In bijna alle
gevallen gaat het bij de binnenkomende klachten, jaarlijks zo'n tien,
om oude zaken, misbruik van tientallen jaren geleden. Soms ook wordt
geadviseerd het slachtoffer financieel te compenseren. Hulp en Recht
houdt zich ook bezig met preventie. De instelling leert kerkelijk
werkers "zich bewuster te worden van eigen gevoelens, risico's en
kwetsbaarheid".
Hulp en Recht is bereikbaar via het mobiele nummer
06-14661858. Gisteren leverde dat een antwoordapparaat op met de
mededeling dat er louter op woensdagen klachten gemeld kunnen worden.
Wel kan een boodschap achter worden gelaten. De belofte dat daarop snel
teruggebeld wordt was, in het geval van deze verslaggevers die 's
ochtends belden, 's avonds nog niet nagekomen. Het bisdom Roermond wil,
om reden van privacy, niet aangeven hoeveel klachten er jaarlijks
binnenkomen en wat het in die gevallen met het advies van Hulp en Recht
doet.
'Verwacht niet te veel van zo'n onderzoek'
Jongens
op Kostschool heet het boek dat de Maastrichtse historicus Jos Perry al
in 1991 schreef over het leven op katholieke jongensinternaten. Ook
toen al ging het over seksueel misbruik.
Wim Doesborgh en Serge Sekhuis
Zelf
was hij ook zes jaar 'intern'. Leerling aan het RK Lyceum voor jongens
van de paters franciscanen in Venray. Eind jaren zestig.
Ruim
twintig jaar later zijn die internaten grotendeels geschiedenis en wordt
Jos Perry, verbonden aan de faculteit cultuurwetenschappen van de
Universiteit Maastricht, gevraagd hun historie te boek te stellen. Een
advertentie waarin ex-leerlingen worden opgeroepen zich te melden,
levert dertig reacties op.
"In enkele gevallen had ik duidelijk het
idee dat mensen zich vooral gemeld hadden omdat ze wilden praten over
hun seksueel misbruik. Ik kende natuurlijk die verhalen, over het
gefriemel en gefrunnik door paters en fraters. Betastingen. In geen
enkel van die gesprekken toen heb ik overigens het idee gehad dat deze
mensen hier een levenslang trauma door hadden opgelopen", aldus Perry,
die de zaak niet wil bagatelliseren maar benadrukt dat het hem vooral
ging om het dagelijks leven op internaten, niet het misbruik.
Lastig
vindt Perry het daarom aan te geven welke omvang dat 'friemelen en
frunniken' op de internaten en kostscholen had. Dat het in bijna totaal
katholiek Limburg, numeriek gezien, vaker gebeurde dan in bijvoorbeeld
protestants Groningen, waar kinderen veel minder vanzelfsprekend naar
een internaat gestuurd werden, is wel evident. "Er was een tijd dat er
in Limburg, wat betreft middelbaar onderwijs, gewoon geen andere keuze
was dan een door geestelijken geleid seminarie, lyceum of internaat.
Paters runden de scholen voor jongens, nonnen of zusters die voor
meisjes. Op die internaten zaten om praktische reden veel kinderen
intern: het was simpeler dan op en neer reizen."
Zo werd, meent de
historicus, een situatie geschapen waarbinnen mogelijk was wat er is
gebeurd. "Paters die celibatair moesten leven, het geweldige taboe op
seksualiteit en de geforceerde manier waarop de kerk daarmee omging. Er
gold op internaten een streng verbod op te hechte vriendschap tussen
twee personen van hetzelfde geslacht, om erotiek te voorkomen. Terwijl
die kinderen, eenzaam en ver van huis, nu juist naar vriendschap
zochten". Tegelijkertijd waren er de broeders en paters die hun handen
niet konden thuishouden. "Die combinatie was als een snelkookpan.
Achteraf bezien moest het wel misgaan. Dit soort dingen gebeurde echt
niet alleen op het internaat Don Rua van de salesianen in 's-Heerenberg,
zoals vorige week bekend werd, maar overal", weet Perry.
Reagerend
op de negatieve publiciteit stelde overste Herman Spronck van de
salesianen gisteren voor dat er, behalve in zijn eigen kring, een breed
onderzoek moet komen naar het seksueel misbruik van jongens én meisjes
in alle katholieke instellingen. Niet duidelijk is nog wie dit onderzoek
gaat uitvoeren. De zaak staat ook op de agenda van de eerstvolgende
bisschoppenconferentie.
De Maastrichtse historicus zegt een dubbel
gevoel te hebben bij een onderzoek. "Natuurlijk is het goed dat dit
soort dingen eindelijk boven tafel komt en niet langer wordt
weggemoffeld. Je mag je alleen afvragen of de verwachtingen niet te hoog
gespannen zijn. Het zal toch vooral, moet je vrezen, het woord van de
een tegen dat van de ander worden. Ik betwijfel of er veel uit zal
komen. Bedenk ook dat het in bijna alle gevallen gaat om zaken van
tientallen jaren geleden. Veel 'daders' zijn overleden. Bij slachtoffers
krijg je, omdat het al zo lang geleden is, wellicht discussies over
zogenoemde hervonden herinneringen: is dit wel zoals het is gebeurd?
Sowieso kun je je afvragen of dit onderzoek wel uitgevoerd moet worden
door de kerk, of vanwege de geloofwaardigheid, liever door een
onafhankelijk instituut."
Op de inhoud van de website van
Dagblad de Limburger en Limburgs Dagblad berust auteursrecht en
databankrecht. Het is niet toegestaan om deze inhoud of delen hiervan op
te slaan en te verspreiden. Slechts in incidentele gevallen wordt
hierop een uitzondering gemaakt. Hiervoor dient u toestemming te
verkrijgen van Media Groep Limburg.

Gepubliceerd op: 09.03.10 11:01, laatste update: 09.03.10 13:07
Hoewel ik op de 1e Deetman bijeenkomst kennismaakte met een erg goede meid van slachtofferhulp, wiens professionaliteit ik ook knap hard nodig had ook,
kan ik niet anders melden dan dat het zeer wel mogelijk is dat je daar geen meter meer aan hebt.
Zij verwijzen je door naar KLOKK & KO
en je hebt dar zeker niets aan wanneer je – daar ben ik ben inmiddels ervaringsdeskundig op – weet dat je daar je mond dicht hebt te houden c. q. ook ik daar niet kan /mag posten
nog los van een aantal overige ernstiger bezwaren, w.o. mijn geweten- geloofsvrijheid.
ben ik bovemdien – zelfs na het nodige gerammel – geen mannetje maar een vrouwtje en niet seksueel misbruikt door een priester, pater, broeder, monnik, rector, aartsbisschop of de paus himself
Ik kreeg van Deetman dan ook nooit enig antwoord op meldingen, (eerste melding Hulp en Recht 2003, ruimschoots ervaringsdeskundig geworden op verdere waanzin en overig volk tot ronduit schorum binnen RKKN en daarvan al dan niet afgescheiden
afgescheiden sektes inclusief de od’boys netwerken van aartsbisdom -vicaris generaal plus handlangers m/v, niet Simonis die dankzij Rentinck c.s. kennelijk helemaal niets hoefde te weten – tot bisdom Haarlem )
op de bijeenkomst in Utrecht -dec. ’12 – besodemieterd door een politicus voormalig kamervoorzitter Deetman,
met volle instemming van aanwezige slachtoffergroepen en andere smekelingen en kennisgemaakt met een naar wat ik aanneem zijn sekretaris was, of de man kan typen is mij een raadsel, niet onmogelijk een Haarlemmer dan wel afkomstig
uit hetzelfde asiel: hij bleek in ieder geval opvallend gelijk in zijn geblaf op mijn vraag
was getroffen mbt. de tasjes van dat afwezige Mea Culpa zo niet ik wellicht dat spul even mee kon nemen
en dan wou zorgen dat het ter plekke kwam.
Welhaast als vanzelfsprekend (hoewel mijn naiviteit mij toen god zij dank nog toestond met open mond te zitten )
kwam Deetman zijn – handboek politieke trucjes blz.1 , 2e alinea
wat te doen wanneer de microfoontruc in een zaal niet werkt – maak iemand in de te bespelen zaal monddood
de uitnodiging hierop na afloop nog even persoonlijk terug te komen –
zijn daar gedane toezeggingen niet na.
Gezien de politieke operette – o.a. naar de voortouw commissie – besloten mij maar verder niet te lenen voor dit soort smoelenpoetswerk bij Deetman in het “onderzoek” in opdracht van de Kamer naar de vrouwen/meisjes,
waarvan inmiddels ook al door meerdere individuele verhalen duidelijk is wat dit voor stelt…
(Zoals een dame, die een klacht indient – overtijd – en namens haar gehandicapte zoon, tehoren krijgt dat zij nog mee kan voor de statistiek,
op wie Europese uitspraken van toepassing zijn, te horen kreeg ook hier niet onder te vallen,
net zozeer als het aanmelden van een waarschijnlijk niet onbelangrijke getuige kennelijk tot niets heeft geleid)
Overigens had ook Mevr. Samson en haar Cie. haar problemen:
ik zou volgens medewerker (tot 3 !!!maal aan toe bij 3 verschillende gelegenheden waaronder ‘t eerste gesprek, de uitnodiging voor die Samson bijeenkomst-middag, en de rapportpresentatie ) daar niet onder vallen
(Ik was (volle ) wees, vader stierf enige maanden na dat hij tgv. het overlijden van mijn moeder , bij gebrek aan weduwnaarspensioen en zijn kennelijk niet wensen te trouwen met een RKK-hulp vanuit een of andere kerkelijk/parochiele dames club, de jongsten uit ons gezin 5 dagen in de week bij de zusters van de Voorzienigheid, Amsterdam, waarvan aangenomen mocht worden dat zij tenminste celibatair wensten te blijven.
Volgens mij (maar daar kan ik een fout maken ) had Amsterdam net een paar jaar het wezenbeleid van eeuwen afgeschaft (er schijnt nog een geweldige net zo eeuwenoud fonds van het Maagdenhuis te bestaan dus wie weet worden mijn potentiele achterkleinkinderen nog ‘s ooit stinkend rijk ) edoch de Amsterdamse wezen schijnen per kinderrechter aan de rk kinderbescherming Gooi en Eemland, Hilversum cadeau te zijn gedaan
(Mocht iemand iets weten over of van een waarschijnlijk blinde kinderrechter, laat dan aub even iets weten!! )
Ik heb alsnog te horen gekregen dat hierbij een fout gemaakt was , zodat ik bij de presentatie anwezig mocht zijn.
gezien al dit soort gesodemieter na al veel te veel, besloten niet op de rapport presentatie aanwezig te zijn:
ik had een afspraak met mijn peut.
In dienst bij een van de grootste GGZ instelling met haar vele dependences.
Welke kennelijk tgv. herstructurering na de herstructurereing van de herstructurering op een buitengewoon onverantwoord timing mee deelde
ook tegen zijn (en mijn) duidelijk gemaakte uitdrukkelijke inschatting en zorgplicht/-verantwoording en afspraken met derden maar in kennelijke overeenstemming
met zijn hypotheek verplichtingen oid. met onze therapierelatie diende te stoppen, hetgeen hij dan ook
de week daarop – letterlijk 5 minuten voor aanvang van dat Samson rapport – deed ook.
Ter vermijding van misverstanden: hier was geen sprake van enig grensoverschrijdend – laat staan seksueel, in ieder geval niet naar mijn weten – gedrag. Betrokken professional – in wie ik op goede gronden veel vertrouwen had
wist simpelweg niet wat met de problematiek aan te vangen en had hierop advies gevraagd.
Ik was niet met zijn (volgens mij compleet krankjorume voorstel) mij dan wel te zullen helpen vergezeld van “dat hoeven mijn collega’s dan toch niet te weten” akkoord gegaan…
Kennelijk donderde er toen de nodige protocollen uit de kast, die neer kwamen op letterlijk en met onmiddelijke ingang: doei! en het briefje de dag erna: doei ik heb veel van je geleerd.
Het goede nieuws is: ik heb vanmorgen beter dan ik waarschijnlijk ooit deed, onwaarschijnlijk goed gelachen !!
Het volgende goede nieuws is dat niet alleen ik de historische criminaliteit in Nederland bedreven op kinderen en de gevolgen daarvan heb overleefd.
Maar vooral: ook de lichamen van mijn (....) kinderen zijn niet dood gevonden !
En tot slot in mijn kattebak heeft op de vraag waartoe zijn wij op aarde nooit het antwoord gestaan om je leven te vullen met rechtszaak na rechtszaak na rechtszaak tegen weer een leven minachtende onverantwoordde randidioot en daarmee in het hiernamaals gelukkig te zijn.
Ja hoor, Bert, hiermee mag je me vertegenwoordigen.
Of fluiten naar de groen onderaardse stenenvretertjes als je daar meer zin in hebt.
doe een beetje voorzichtig met jezelf jij!
Afgelopen week kwam nog een melding van een vrouw binnen die knap laat, en niet eens meer voor de statistieken meedoet. De positie van de vrouw in de RKK wordt die ook onderzocht door Deetman? Is er nergens een Europese wet, mensenrechten / kinderrechten die de nieuwe zwarte Paus duidelijk maakt dat we in een andere tijd leven? En zie in Australië erkennen ze nu de Aboriginals, dat is toch bizar knap dat de oorspronkelijke bewoners door haar bezetter worden erkend; omgekeerd Stockholmsyndroom?
Bron:
http://www.nrc.nl/nieuws/2013/02/13/bauke-vaatstra-overweegt-stap-naar-rechter-wegens-smaad/